Blog

Briar encounter

A story that I wrote some years ago….

As a stonemason I am often working at cemeteries to place tombstones or, as was the case this morning, for restoration activities. It is a beautiful spring morning; light dew lingers on the grass as the sun begins to show itself. I am busy repainting the letters of a tombstone and enjoying the peacefulness. The birds are in full song while just a few steps away from me, I see a rabbit hopping.

Like always with this kind of activity, I have my pipe in my mouth. This time I have chosen a curved Big Ben and have loaded it full of Amphora Full Aroma, or Amphora Red. It’s nice to be working outside while enjoying the pleasure of a pipe.

While painting, I let the little scented blue clouds rise as I become wholly engrossed in my work. “That smells good!” I suddenly hear from behind me. I was so lost in my work and thoughts that I did not notice the man come up from behind.”‘Thank you”, I answered as I turned around to see the gentleman that had given me this compliment.
There stood an older man with a bowler style hat, wearing a three-piece suit. The man sniffed a little bit more air and said, “Amphora Red, if I am not mistaken?”
“Ah, you are a connoisseur,”’ I answered with surprise as I revealed my pouch of Amphora to him. “I like smoking a pipe every now and then,” the man said with a smile as he reached into his inside jacket pocket to reveal a magnificent Peterson, already loaded full and ready to be smoked. “Let’s have a smoke and get to know each other a little while we relax on that bench over there,” I said as I put away my brush.
“Unfortunately, that is not possible, as I am expecting someone, but maybe another time… would be nice. My name is Willem by the way,” As I extended my hand to shake his and answered, “Martin, nice to meet you.”’ he instead tapped his fingers against the brim of his hat and chuckled as he turned and walked away. “Goodbye,” I called after him. I stood and watched him as he held up his hand for a second with a slight wave goodbye, without looking back, crossing over to another path and heading off to another part of the cemetery just beyond my view. Did I see a little cloud of smoke coming from under his hat, just before he went out of my sight or did it just look that way?? I tamped the tobacco in my pipe a little, before putting the flame to my bowl, relighting and continuing my work. “Always nice to meet another pipe smoker,” I thought, “too bad he had to go so soon.”

With maybe a half hour or so of work still remaining, I refocused on my work so I could hopefully make my scheduled coffee back at the bank masonry. When I arrived at the last line of text on the stone, I heard the wrought ironed entrance gate to the cemetery open with a loud creaking sound. An older woman walked through the gate and down the path of the cemetery, pushing her bicycle. She left her bicycle standing in the path and walked to a water faucet a couple of yards away from me. As she gently filled a watering can she had brought with her, she smiled and nodded to me as I nodded back to her. When she walked past me, she paused for a moment. “What a nice smell coming from your pipe,” she said. I smiled, as I was a little surprised by the second compliment this morning regarding the aroma coming from my pipe. “The smell always reminds me of my husband. He died about ten years ago, but still when I smell the aroma of pipe tobacco, it feels like he is still close to me.” I wanted to say something but was at a loss for what to say. “He enjoyed his pipe so much that before he died I had to promise him that, when it was his time, I would put his favorite pipe and tobacco in his coffin with him. The night before his funeral, as he lay in state in our home, I sat next to him and filled his pipe, in the same way I had seen him do so often and laid it next to him with a pouch of his favorite tobacco. I even put the matches with it.” “I think he would have found it very pleasant,” was the only thing I could answer. “Hmm, I am now going to put some plants at his grave, blue violas, he liked them so much.” She nodded in the direction of her bicycle and I saw the box with the plants standing in the basket on her bike. I saw that the woman struggled to hold back her tears as she walked back to her bicycle. “Goodbye madam,” I managed to say, as I thought what a loving memory she had of her husband. “Well, back to work,” I thought out loud, as I relit my pipe. As I put my lighter back in my pocket, I watch the woman, with her violas in the basket and watering can hanging from the handlebars, walk the bicycle in the same direction as I saw Willem going. Hmm… what a coincidence I am thinking.

My curiosity was peaked somewhat as I turned to finish up my work. “Too late for coffee,” I thought as I looked at my watch. So, I decided to take on another tombstone in another section of the cemetery, taking advantage of the beautiful weather. As I busied myself for a while, mainly scrubbing work, a bit of smoothing and so on, I see the woman passing by with her bicycle again. She doesn’t notice me as she closes the entrance gate with its creaking sound behind her. With my curiosity peaked, I decide to follow the path where I had seen her come from, the same path where I had seen my fellow brother of the briar “Willem” wander down. As I go around the corner, past the bushes, I stand still in front of a vault with a beautiful granite tombstone. There are the blue violas placed neatly in front, just planted and watered. Then, as I read the text on the stone, I feel goose bumps pop up on the back of my neck. “Here lies my beloved husband, Willem de Jong.” I am speechless. And then, maybe it is just my imagination, but at that moment I swear I heard the sound of the striking of a match. Is that the smell of tobacco?? I have to laugh at my own imagination as I turn to walk back to the main path. I turn halfway around; breathe out a big puff of smoke and say, “Goodbye, Willem!”

een verhaal dat ik enkele jaren geleden heb geschreven….

Als steenhouwer ben ik regelmatig aan het werk op begraafplaatsen om grafmonumenten te plaatsen of, zoals deze ochtend het geval is, voor restauratie werkzaamheden. Het is een mooie lente ochtend, er hangt nog een lichte dauw over het gras en het zonnetje laat zich voorzichtig zien. Ik ben bezig de letters van een grafsteen opnieuw in te verven en geniet van de rust. De vogels fluiten dat het een lust is en een eindje verderop zie ik een konijntje wegspringen.
Zoals altijd bij dit soort werkzaamheden heb ik een pijp in mijn mond hangen, deze keer is de keus gevallen op een gebogen Big Ben, gestopt met Amphora full aroma, oftwel, Amphora rood. Heerlijk om zo buiten aan het werk te zijn onder het genot van een pijpje.
Al schilderend liet ik geurende blauwe wolkjes opstijgen en ging ik volledig op in mijn werk.
‘Dat ruikt goed !’ klonk het plotseling achter me. Ik was zo in mijn werk en gedachten verzonken dat ik de man die nu achter me stond niet had horen aankomen. ‘Dank u’, antwoorde ik en draaide me om, om te zien wie mij dit compliment maakte.
Er stond een oudere heer met een hoed, gestoken in een driedelig kostuum. De man snoof nog wat lucht op en zei: ‘ Amphora rood, als ik me niet vergis ?’
‘Ah, u bent een kenner’ antwoordde ik verrast en liet de man het pakje Amphora zien.
‘Ik mag graag een pijpje roken’sprak de man met een glimlach. Hij deed een greep in zijn binnenzak en toverde een schitterende Peterson tevoorschijn, gestopt en wel, klaar om gerookt te worden. ‘Steek gezellig op !’ zei ik ‘kunnen we even onder het genot van een pijpje op het bankje daar verderop wat nader kennis maken’en maakte aanstalte mijn kwast weg te leggen.
‘Dat gaat helaas niet lukken, ik verwacht nog iemand, maar mischien een andere keer…zou leuk zijn. Mijn naam is trouwens Willem’ Ik stak mijn hand uit en antwoorde: ‘Martin, aangenaam kennis te maken’ Maar in plaats mij de hand te schudden tikte de man met zijn vingers tegen zijn hoed en glimlachte terwijl hij zich omdraaide en wegliep.
‘Tot ziens’ riep ik hem na. De man stak zonder om te kijken zijn hand nog even op en ik keek hem na tot hij een eindje verder op de begraafplaats achter een paar struiken een pad in sloeg en uit het zicht verdween. Zag ik daar nou een rookwolkje onder de hoed vandaan komen, net voordat hij uit het zicht verdween of leek dat maar zo ??
Ik drukte de tabak in mijn pijp wat aan, joeg de vlam er weer in en ging verder met mijn werk.
‘Leuk om eens een andere pijproker te ontmoeten’ dacht ik nog, ‘jammer dat de man zo snel weer weg moest’.
Al snel was ik weer met de volle aandacht bij mijn werk, het schoot al lekker op, mischien nog een half uurtje. Dan was ik mooi op tijd voor de koffie terug op de steenhouwerij.
Toen ik bij de laatste regel tekst aangekomen was hoorde ik met een luid gekraak de smeedijzeren toegangspoort naar de begraafplaats open gaan. Een oudere vrouw kwam met de fiets aan haar hand de begraafplaats oplopen. Ze liet de fiets op het pad staan en liep naar de waterkraan, een paar meter bij mij vandaan. Terwijl ze een gieter met water vulde knikte ze vriendelijk naar me en ik groette haar terug. Toen ze langs mij liep bleef ze heel even staan. ‘Wat ruikt dat toch lekker, zo’n pijp’sprak ze. Ik glimlachte naar haar en was enigzins verbaasd over het tweede compliment van deze ochtend. ‘Die geur doet me altijd weer aan mijn man denken…. hij is zo’n 10 jaar geleden overleden maar steeds als ik de geur van pijptabak ruik dan is het alsof hij nog bij me is.’ Ik wilde wat terug zeggen maar wist niet zo snel wat….
‘Hij kon er zo van genieten, voor hij stierf heb ik hem moeten beloven dat als het zover was ik zijn favoriete pijp en tabak bij hem in de kist moest doen. De avond voor de begrafenis stond hij thuis opgebaard. Ik ben naast hem gaan zitten en heb zijn pijp gestopt, op de manier waarop ik het hem zo vaak heb zien doen. Ik heb zijn pijp naast hem gelegd, met een blikje tabak…zelfs de lucifers erbij gedaan….’
‘Dat zal hij fijn gevonden hebben’ was het enige dat ik wist te antwoorden….
‘Tja…. ik ga nu wat plantjes bij zijn graf zetten, blauwe viooltjes, daar hield hij zo van…’ ze knikt richting haar fiets en ik zie op de bagagedrager een doosje plantjes staan.
Ik zie dat de vrouw moeite heeft haar tranen te bedwingen, ze loopt verder richting haar fiets. ‘Dag mevrouw’ weet ik nog uit te brengen. Ik merk dat het verhaal me heeft geraakt.
‘Nou… terug naar mijn werk’ denk ik hardop en steek mijn pijp weer eens op. Terwijl ik mijn aansteker in mijn zak steek kijk ik de vrouw nog even na….. ze loopt naast haar fiets met de viooltjes, de gieter hangt aan het stuur. Dan zie ik haar hetzelfde pad inslaan als waar ik “Willem” in zag slaan ?!? huh….da’s toevallig denk ik nog.
Enigzins verbaasd maak ik mijn werk af. ‘Te laat voor de koffie’ besef ik me als ik op mijn horloge kijk. Ik besluit iets verderop nog een andere steen onder handen te nemen, het is nu toch mooi weer. Als ik hier een tijdje mee bezig ben, voornamelijk schoonmaakwerk, beetje opschuren enzo, zie ik de vrouw weer langslopen met de fiets. Ze ziet mij niet omdat ik nu op een andere plek bezig ben als daarstraks. Als ze het hek weer met veel gekraak achter zich sluit loop ik naar het pad waar ik haar uit zag komen…en waar ik “Willem” in had zien lopen… Als ik bij de struiken de hoek om ga sta ik stil bij een grafkelder met daarop een mooie granieten zerk. Er staan blauwe viooltjes voor, net geplant en ze hebben net water gehad.
Dan lees ik de tekst op de steen en voel ik het kippenvel op mijn rug staan.
“Hier rust mijn geliefde man, Willem de Jong……
Ik ben verbijsterd……. en dan….. mischien verbeeld ik het me, maar ik meende het geluid van het afstrijken van een lucifer te horen. Is dat nu mijn tabak die ik ruik ??
Ik moet lachen om mijn eigen fantasie en loop terug naar het hoofdpad…. halverwege draai ik me toch nog even om, blaas een flinke wolk uit en zeg: ‘Tot ziens Willem ! ’